Successen van de marktwerking | de bouw

Het was laatst op het nieuws: er staan steeds meer winkelpanden leeg en er worden nog steeds winkelpanden bijgebouwd. Datzelfde geldt, zo weten we al langer, voor de kantorenmarkt. De leegstand gaat landelijk al richting de 20%, terwijl er nog steeds bijgebouwd wordt. Hoe anders is het bij de woningbouw. Daar wordt niet meer gebouwd, terwijl er een schrijnend tekort is, van zeg 20%, aan betaalbare woningen (huur en koop) voor starters. Ik ben benieuwd of de rechtse kerk hier de socialisten of de overheid weer de schuld van weet te geven. De overheid lijkt me onmogelijk als schuldige aan te wijzen, want die geeft al meer dan twintig jaar geen enkele sturing op dit gebied. Dan moeten het de socialisten wel zijn. Die hebben overal schuld aan. En nou niet aankomen met een verhaaltje dat het onder Den Uyl allemaal veel beter ging, omdat er toen beleid was.

Ik vat het nog een keer samen, de successen van de markt op het gebied van de bouw:

Tekort aan betaalbare woningen (huur en koop) voor starters; er wordt niets meer bijgebouwd
Overschot aan kantoren en winkelpanden; er wordt nog steeds bijgebouwd

Hierop is uiteraard maar één reactie denkbaar: er moet meer marktwerking komen.

Advertisements

Drie fatale mythen die ten grondslag liggen aan de crisis | 3. de overheid moet terugtreden (het marktdenken)

In het neo-liberale denken dat begin jaren tachtig langzaamaan voet aan de grond kreeg in Europa werd de overheid steevast afgeschilderd als de bron van alle kwaad. Met zijn regels en bemoeizucht verhinderde de overheid de economische groei en het realiseren van de wensen van de burger. Bovendien had de overheid veel te veel mensen in dienst (wat bij een terugtredende overheid nog erger wordt), waardoor de overheid te duur was. Regeringen moesten afslanken en de vervulling van de diepste wensen van de burger (een i-pad en een segway, weten we nu) aan de markt overlaten. Burger en bedrijf zouden er samen het beste uitkomen.

We hoeven maar naar het rookprobleem te kijken om te zien hoe waanzinnig deze laatste stelling is. De tabaksindustrie heeft lange tijd geprobeerd om regulering tegen te houden met de slogan: “we komen er samen wel uit”. In de praktijk betekende dit dat er gewoon doorgerookt werd als voorheen. De gevolgen van de markwerking, het terugtreden van de overheid, strekken echter vele malen verder dan het rookvoorbeeld. Want daar bleef de situatie nog onveranderd. Maar de vrije markt leidde tot chaos, grootschalige diefstal, kapitaalverlies en een enorm kwaliteitsverlies.

Toen de marktwerking in de jaren negentig goed op de rails was gezet, werd al heel snel duidelijk wat de gevolgen waren. Bij zorginstellingen en nutsbedrijven verhoogden de directies als eerste hun salarissen en schaften zich een PC Hooft-traktor aan. Vervolgens stelden zij dat hun bedrijf een gewoon bedrijf moest zijn en dus winst moest maken. Wie aflevering twee heeft gelezen weet wat dat de organisaties met een maatschappelijk doel als gevolg daarvan veel hoger, financieel geschoold personeel gingen aantrekken. Waardoor de organisaties een waterhoofd kregen en te hoge personeelskosten. Met het gevolg dat op de werkvloer gesnoeid moest worden. Binnen korte tijd leverden de vrijgemaakte bedrijven niet de verwachte extra service, maar juist heel veel minder.

Aanvankelijk werden deze negatieve verschijnselen afgedaan als kinderziekten. Maar uit mijn verhaal zal inmiddels duidelijk zijn dat deze ontwikkelingen inherent zijn aan het systeem. Als de visie van een bedrijf wordt dat het winst moet maken en de overheid ter ondersteuning daarvan een facilitaire positie inneemt, dan is dat hetzelfde als geen visie hebben. Sowieso heeft een overheid die alles aan de markt overlaat geen visie. En dat is nu het grote probleem. Een overheid die iets voor zijn burgers wil doen, moet een sterke visie hebben, moet de touwtjes in handen willen houden. Als je de zorg goedkoper wilt hebben, dan moet je actief sturen. Hetzelfde geldt voor de woningbouw. De malaise op de huizenmarkt is een direct gevolg van de vrije markt. Die heeft de prijzen opgejaagd, niet de hoogte van de hypotheek.

De gevolgen van ruim twintig jaar totaal visieloos regeren zijn nu volop zichtbaar. Aanvankelijk heeft het ambtenarenapparaat zich dapper verzet tegen de leeghoofdigheid van de winstvisie, maar na jaren strijd heeft men het begin jaren negentig opgegeven. Het ambtenarenapparaat weet nu niet meer hoe het de ontwikkelingen op de markt kan bijsturen. De regering moet het hebben van adviezen van de ambtenaren, dus die heeft ook geen idee hoe hun vage ideeën gerealiseerd kunnen worden. De gevolgen zijn elke dag overal zichtbaar. Politici roepen bijvoorbeeld keer op keer “meer blauw op straat” en bezuinigen vervolgens net zo makkelijk tweeduizend arbeidsplaatsen bij de politie weg. Ons land, nee heel de westerse wereld, is stuurloos geworden. Dat is de essentie en tegelijk het resultaat van het marktdenken.

Drie fatale mythen die ten grondslag liggen aan de crisis | 2. winst maken is het doel van bedrijven

Het lijkt zo natuurlijk en voor de hand liggend, dat het doel van bedrijven, of organisaties in het algemeen, is om winst te maken. Maar het is helemaal niet natuurlijk. Het doel van organisaties hoort maatschappelijk te zijn. Sinds de dageraad der mensheid hebben wij ons verenigd om gezamenlijk doelen te bereiken, lang voordat het begrip winst bestond. Vanaf de eerste jachtgroepen via de weefgetouwen van de industriële revolutie tot en met de pharmaceutische giganten van nu, al deze organisaties ontlenen hun bestaansrecht aan het feit dat zij iets nuttigs opleveren voor de mens. Anders gezegd, de samenleving heeft het volste recht om de doelstellingen van organisaties te toetsen aan de doelstellingen van de samenleving als geheel. Als een organisatie wordt opgericht met het doel om Nederland onder water te zetten om er één groot watersportgebied voor rijke Chinezen van te maken, dan zal die organisatie snel tot de orde geroepen worden.

Toch heeft de winstdoelstelling meegespeeld in de rol van de organisatie vanaf het allereerste gebruik van betaalmiddelen. In elk geval toch bij particuliere organisaties. Daar is ook een rechtvaardiging voor: degene die de geldelijke middelen beschikbaar stelt voor het opzetten van een organisatie heeft recht op een vergoeding. Daarvoor moet het bedrijf meer verdienen dan er is ingestopt: de winst. Daarnaast is het natuurlijk nodig geld opzij te zetten voor onderhoud, vernieuwing en tegenslagen. Nog altijd is echter winst niet het hoofddoel van de organisatie. Het is eerder een noodzakelijk middel om het bedrijf mogelijk te maken (rente voor de geldschieter) of in stand te houden (reserves sparen). Winst is dus geen doel, maar een voorwaarde.

Ergens in het zog van de neo-liberale revolutie heeft het idee postgevat dat organisaties er zijn voor de aandeelhouders. Wat zij doen en hoe zij dat doen is niet belangrijk, als de aandeelhouders er maar beter van worden. Dat alles binnen wettelijke, maatschappelijke kaders. Hier is de verschuiving al duidelijk zichtbaar. Het maatschappelijk doel is een maatschappelijk kader geworden. De bestaansvoorwaarde winst is een afgeleid doel geworden, namelijk van het hoofddoel de aandeelhouders rijker te maken. Omdat echter de wetgeving de directe invloed van aandeelhouders in vrijwel alle landen danig beperkt, is in de praktijk het maken van winst het hoofddoel van de organisatie geworden.

Daarmee is een doos van pandora opengetrokken die van de oorspronkelijke maatschappelijke doelstelling van organisaties een waanzinnige persiflage heeft gemaakt. De belangrijkste persoon in de organisatie, de president-directeur, werd alleen nog maar afgerekend op winst. Omdat deze figuren meestal niet voldoende verstand hadden van de financiële aspecten van de bedrijfsvoering, begonnen zij zich te omringen met een hele hofhouding van economisch en financieel geschoolde vazallen, die zonder uitzondering één ding gemeen hadden: zij wisten geen klap van de maatschappelijke rol van de organisatie. Wel maakten zij daar langzamerhand de dienst uit. Wie twijfelt aan deze visie moet maar eens uitzoeken of de opkomst van functies als controller en treasurer niet toevallig samenviel met het begin van het winst-paradigma.

De gevolgen van deze ontwikkeling zijn bekend. Vrijwel alle organisaties hebben tegenwoordig een gigantisch waterhoofd, waardoor de personeelslasten enorm gestegen zijn. Als oplossing heeft men flink gesnoeid in de uitvoerende taken, waardoor organisaties steeds meer moeite hebben hun taken naar behoren te verrichten. Dat is helemaal niet erg als het maken van winst de hoofdtaak is. Maar als het bedrijf iets voor de samenleving moet betekenen, is het wel erg. Veel erger is nog dat hele landen van hun industrie beroofd zijn doordat het voor de winst beter uitkwam de boel te verkopen of naar het buitenland te verplaatsen. Hedgefunds zijn de moderne uitwassen van deze ontwikkeling. Niet langer tellen economische onafhankelijkheid, werkgelegenheid en onderzoeksmogelijkheden mee in de besluitvorming, maar uitsluitend nog de vraag hoe de aandeelhouder zo snel en zo ruim mogelijk beloond kan worden.