Drie fatale mythen die ten grondslag liggen aan de crisis | 0. inleiding

Elke dag kijk ik met meer ongeloof naar onze politici die op de huidige crisis geen beter antwoord weten dan afwachten tot het over gaat. Nathouden en pappen lijkt de filosofie. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik ook pas dit jaar alles op een rijtje heb gezet. Maar achter de grote mensen van de politiek zitten wetenschappelijke denktanks vol met gestudeerde hoofden. Die zouden toch met wat leuks moeten kunnen komen. En dan bedoel ik niet de vlaktaks, die het probleem alleen maar veel erger zal maken.

De malaise waar we nu in zitten is volgens mij voor een groot deel te wijten aan het geloof in drie mythen, die ergens eind jaren zeventig begin jaren tachtig gemeengoed zijn geworden. Die mythen zijn toen als wetenschappelijke uitgangspunten gepresenteerd, maar zijn eigenlijk totaal onbewezen. Of misschien moet ik zeggen, zij waren destijds onbewezen, maar nu is wel aangetoond dat er niets van deugt. Voor ik op die mythen inga, zal ik eerst kort aangeven in welke situatie die mythen aanhang kregen.

Het wonder van de naoorlogse welvaart is voor het grootste deel tot stand gebracht door het creëren van koopkrachtige vraag aan de onderkant van de samenleving. Verschillende maatregelen zijn ingezet om dat resultaat te bereiken. De belangrijkste daarvan is de nivellering van de lonen door middel van gedifferentiëerde belastingheffing. In het kort: de belastingen voor de laagste lonen werden verlaagd en dat werd betaald met verhoging van de belasting voor de hogere lonen.  Door deze nivellering kreeg de arbeidersklasse voor het eerst toegang tot luxe goederen.  Daardoor steeg de vraag naar goederen wat weer tot inflatie leidde, de producten werden duurder. En daardoor dreigde de groei te stagneren.

In de jaren zeventig begon zich zo’n combinatie van inflatie en stagnatie af te tekenen. Volgens sommigen zou de oplossing kunnen bestaan uit een denivellering , waardoor het voor de rijken aantrekkelijker zou worden om geld te investeren en daarmee te verdienen. Producten zouden dan goedkoper gemaakt kunnen worden, waardoor het effect van hogere belasting voor de laagstbetaalden teniet gedaan zou worden. En het zou de inflatie beteugelen. Op zich was er niet veel in te brengen tegen zo’n corrigerende maatregel. Maar in het kielzog van deze conservatieve ideeën drongen veel radicalere concepten het denken van economen binnen. Het zijn de ideeën dat rijke mensen voor groei zorgen, dat bedrijven er zijn om winst te maken en dat de overheid zich niet met de markt moet bemoeien.

Het zijn concepten die weinig meer te maken hebben met het sturen van de economie, maar veel meer met de inrichting van de samenleving. Ze zijn vergelijkbaar met de conservatieve ideeën die naar boven kwamen door het succes van de evolutietheorie, namelijk die van het sociaal darwinisme. Rijke en machtige mensen waren zo, omdat zij geselecteerd waren door de evolutie. Daar kon men zich beter niet tegen verzetten. Maar in feite is daardoor het concept van “survival of the fittest” vervangen door het concept van “survival of the fattest”, ook wel Jungle Law genoemd.

In de volgende drie aflevering zal ik de mythen één voor één behandelen. Het gaat om de volgende drie mythen:
1) Heel rijke mensen zorgen voor groei  (aggregatie van rijkdom) ;
2) Bedrijven zijn er voor de eigenaren, de aandeelhouders (en die willen winst);
3) Een terugtredende overheid zorgt voor meer welvaart  (de vrije markt).

Bij elkaar vormen deze drie mythen het neo-conservatieve paradigma van het marktdenken.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s