Kaizen is weer terug in Nederland

In de Banenbijlage van de Volkskrant van 19 mei stond een artikel over het toepassen van kaizen in Nederland. Verrassend genoeg ging het niet over toepassing in de industrie, maar over toepassing in de medische sector, in ziekenhuizen met name. Het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg en het VUmc in Amsterdam blijken er mee te experimenteren. En in de zorg is Stichting Zorgbalans in Noord-Holland al geruime tijd bezig met kaizen. De laatste keer dat ik hoorde over kaizen in de medische sector was toen de directeur van het ziekenhuis van Purmerend er belang in stelde. Dat zal ergens rond 1990 geweest zijn.
Kaizen wordt vaak vertaald als “continu verbeteren (in kleine stapjes)”. Het idee is dat de medewerkers op de werkvloer het beste weten hoe zij het proces kunnen verbeteren. Doordat zij voortdurend bezig zijn met verbeteren van op zich kleine details gaat de organisatie er voortdurend op vooruit. Het management moet die activiteiten natuurlijk wel van harte ondersteunen. Maar als zij dat doen dan zal het resultaat er ook naar zijn. De kwaliteit van het werk wordt beter, het product wordt beter en uiteindelijk is de klant tevreden.
Uit het verhaal in de Volkskrant blijkt dat de oude makke van dit soort kwaliteitsprogramma’s onveranderd is. Het hangt op de blijvende steun uit het management. In het artikel viel de niet van toepassing zijnde term efficiency. Het management zal dat snel vertalen als kostenbesparing. En daar wringt nu juist de schoen. Want er zal altijd geïnvesteerd moeten worden in kaizen. Mensen moeten getraind en begeleid worden. En bovendien gaat het niet om efficiency, maar om effectiviteit: doen wat de klant wil. Al dit soort programma’s gaat uiteindelijk stuk op dezelfde oorzaak. Als de lamlullen in het management zelf niet kaizen denken, dan komt er uiteindelijk weinig van terecht.

Advertisements

De verborgen apocalyps | 2 kakogenetica

Eugenetica, het verbeteren van de soort door ingrijpen in het dna, roept bij velen schrikbeelden op van op maat gemaakte supermensen, die gekweekt worden voor een bepaald doel. De mens kennende zal dat wel neerkomen op soldaten en hoeren. Deze vrees lijkt mij niet ongegrond. Maar er bestaat een minder ver reikende vorm van eugenetica, waarbij we niet de soort verbeteren, maar alleen maar de slechte genen proberen uit te wieden. Zelfs dit is voor veel mensen nog een nachtmerrie. Maar er is iets voor te zeggen.
Het is allang zo dat wij mensen in leven kunnen houden, die het in de oertijd niet gered zouden hebben. Op zich is dat een goede zaak, het maakt ons mens, humaan. Maar als wij mensen in leven houden die een erfelijk gebrek hebben en die mensen planten zich voort, dan verspreidt dat gebrek zich door de populatie. De medische wetenschap is al zover dat we het niet meer hebben over één enkel gebrek, maar over honderden, misschien zelfs duizenden, afwijkingen. Het gaat daarbij niet om afwijkingen als een hazelip of een bloemkooloor. Denk eerder aan levensbedreigende afwijkingen, zoals ALS, taaislijmziekte en de ziekte van Crohn. Tegenwoordig wordt in een aantal gevallen, waarin de afwijking bekend is, voorlichting gegeven aan de potentiële ouders. Die dan alsnog kunnen beslissen het risico te nemen. Dit soort voorlichting wordt echter pas sinds kort gegeven. Zelfs als wij nu maatregelen zouden kunnen nemen, dan hebben honderden genetische afwijkingen zich al door de populatie kunnen verspreiden.
Blijft alles bij het oude, dat wil zeggen blijft de medische wetenschap zich steeds verder ontwikkelen, dan hoeft dat helemaal geen probleem te zijn. Vroeg of laat zullen we immers methoden vinden om de afwijkende genen alsnog te herstellen. Maar als er op een of andere manier een terugval komt in de economische ontwikkelingen en daardoor de fondsen voor medische ontwikkeling wegvallen, dan kan het een heel ander verhaal worden. Een deel van de menselijke populatie zal dan opgescheept zitten met ongunstige genen. Vallen we terug naar een primitief bestaan, dan is er weer niks aan de hand. Dan overleven die mensen niet. Maar komen we in een tussenvorm terecht waarin we de medische kennis die we hebben min of meer in stand kunnen houden, maar we niet meer de wondermiddelen kunnen maken om achteraf alles te herstellen, dan gaat het er grimmig uitzien voor de mens. De ongunstige genen zullen zich dan immers kunnen blijven vespreiden. Tot uiteindelijk iedereen een ernstig gebrek heeft. Dat lijkt me niet goed voor het voortbestaan van de soort.
Wat moeten of kunnen we er aan doen? Persoonlijk zou ik niet de leider willen zijn die tegen mensen moet zeggen:”sorry, u mag geen kinderen krijgen/verwekken, want u heeft slechte genen.” Onderzoek en voorlichting lijken mij de enige humane aanpak. Niets doen is in elk geval geen optie, want dat betekent dat het afwijzen van eugenetica leidt tot kakogenetica: het verslechteren van de soort door toe te staan dat slechte genen zich door de soort verspreiden.
Een duivels dilemma. Mensen met afwijkende genen beperkingen opleggen, kan het begin van een inhumane samenleving zijn. Maar iedereen de vrijheid laten houden zich voort te planten kan het begin van de apocalypse zijn.